De Berenaanpak / Meichenbaum

Speciaal voor kinderen uit groep 3, 4 en 5 van de basisschool zetten we de Berenaanpak in. Deze methode is helemaal gericht op het helpen van jonge kinderen die door faalangst, gedragsproblemen of aandachts- en concentratieproblemen op school tegen problemen of een (leer)achterstand aanlopen.

Je kind en de beer

Bij Educadora leren we kinderen met behulp van de Berenaanpak hoe ze een opdracht geconcentreerd kunnen uitvoeren zonder last te hebben van faalangst of concentratieproblemen. Bij deze methode blijft het niet bij praten en uitleggen, maar visualiseren we ook zaken met behulp van plaatjes van een beertje. Bij het uitvoeren van de opdracht is er altijd één beertje die ze ‘helpt’. Op die manier leidt het beertje je kind door de hele taakuitvoering, van het krijgen van de opdracht tot het afronden en nakijken.

9f3542dff3c900242e6e768cd91e9418

Vier fases, vier beertjes

Beertje 1: ‘Wat moet ik doen?’
Bij de Berenaanpak krijgt je kind een opdracht. Het is de bedoeling dat hij heel bewust stil staat bij die taak. Dat is een behoorlijke uitdaging, want hij wordt gedwongen om de opdracht heel goed zelf te lezen of – als de taak wordt voorgelezen – heel goed in zich op te nemen. In deze methode doet het beertje precies hetzelfde. Die stelt zich namelijk de vraag: ‘wat moet ik doen?’ In het begin zal de coach de rol van dit beertje spelen, na verloop van tijd en met behulp van de visuele ondersteuning, neemt je kind die rol over.

Beertje 2: ‘Hoe ga ik het doen?’
In deze fase staat je kind stil bij de oplossing, nog voor hij daadwerkelijk aan de slag gaat. Als leerkracht, ouder of begeleider kun je dit denkproces richten of bijsturen door het kind hardop te laten formuleren hoe hij het wil gaan doen. Zo leert hij om verworven leerstof zoals spellingregels, rekenprincipes of andere ‘vaste werkplannen’ op te roepen en toe te passen.

Beertje 3: ‘Ik doe mijn werk’
In deze fase begint je kind met het uitvoeren van de opdracht. Na de intensieve begeleiding uit de vorige twee fases, leert hij nu zelfstandig aan de slag te gaan.

Beertje 4: ‘Ik kijk mijn werk na, wat vind ik ervan?’
Je kind controleert in deze fase of zijn oplossing juist is.